Friday 5 May 2006

Inleiding spier- en peesblessures

Door Matthijs Abeelen in Blessures

Er zijn vele soorten blessures, maar de meeste klimblessures vallen binnen de zogenaamde ‘soft-tissue injuries’. Vrij vertaald blessures aan de weke delen zoals spieren, pezen en banden. Afgezien van botbreuken als gevolg van bijvoorbeeld een zware val zijn het vaak de spieren en pezen die als gevolg van overbelasting geblesseerd raken. Zo’n beetje alle delen van het spier-peescomplex kunnen aangedaan zijn.

Fig.1 - De menselijke spieren van de arm zoals verbeeld door Henry Gray

Fig.1 - De menselijke spieren van de arm zoals verbeeld door Henry Gray

In een aantal artikelen wil ik wat dieper ingaan op deze blessures. Dit als extra achtergrondinformatie, naast de specifieke informatie over de klimblessures. Hopelijk is deze informatie nuttig voor mensen die zich bezig houden met (klim)blessures of zelf geblesseerd zijn en willen weten wat de achtergronden daarvan zijn. In dit eerste deel ga ik in op spieren en spierbeschadiging.

Anatomie van de spier

Iedere spier bestaat uit honderden tot duizenden spiervezels. Deze spiervezels bestaan zelf weer uit kleinere functionele eenheden, de zogenaamde myofibrillen. Een myofibril is ongeveer 1 µm in diameter en bestaat uit een aantal sarcomeren in serie. Wil je meer weten over de anatomie van een spier, dan zijn er online veel bronnen te raadplegen. (zie bijvoorbeeld de site van de Universiteit van San Diego)

Iedere spiervezel is omgeven door een schede van bindweefsel. Bundels spiervezels worden op hun beurt weer omgeven door lagen bindweefsel. Dit zijn de fascicles. Deze vormen op hun beurt tenslotte de complete spier.

Belangrijker dan de exacte details van een spier is het algemene onderscheid tussen een bindweefselcomponent en spiervezelcomponent. De bindweefselcomponent is het passieve deel, terwijl de spiervezelcomponent het actieve deel vormt. Zoals uit de voorgaande paragraaf duidelijk mag zijn, zijn die twee delen vanaf het allerkleinste niveau met elkaar verweven en vormen zo een prachtig en functioneel geheel.

De spiervezels zijn verantwoordelijk voor het kunnen samentrekken van de spier. De omringende bindweefsel transporteren de krachten naar de pezen aan de uiteinden van de spier. Alhoewel de bindweefsels in de spier op deze manier een vrij passieve rol lijken te spelen, is dat in werkelijkheid niet zo. Tijdens bewegingen vindt er op een complexe manier overdracht plaats van energie op en via die passieve delen van de spier. Een goed voorbeeld daarvan is de achillespees. Die fungeert tijdens lopen als een soort veer. Bij iedere stap wordt energie opgeslagen in de pees. Energie die vrijkomt en gebruikt wordt bij de afzet.

Fig 2. De architectuur van spieren uitgebeeld door Henry Grey

Fig 2. Spieren uitgebeeld door Henry Grey

Hoe een spier is opgebouwd heeft dus veel invloed op hoe die functioneert. Dat maakt van spierweefsel een enorm flexibel en universeel ‘toepasbaar’ weefsel. Van de spieren in de achterpoten van een kikker tot de spieren die de vleugels van een vogel dragen, het basisweefsel is nagenoeg gelijk. Maar door de uiteenlopende opbouw verschillen de mogelijkheden en het functioneren van die spieren enorm. Ook binnen het lichaam is dit fenomeen terug te zien in de manier waarop de verschillende spieren in elkaar zitten.

De praktische relevantie hiervan is dat als je een bepaalde spier of spiergroep wilt trainen of deze moet revalideren bij een blessure de soort en opbouw van die spier een belangrijke rol speelt. Wat is de functie van de spier? Hoe is de spier opgebouwd? Wat is de rol van omliggende structuren en spieren?

Aanpassing en beschadiging van spierweefsel

Spierweefsel is één van de best aanpasbare weefsels in het menselijk lichaam. In zeer uiteenlopende situaties passen de spieren zich aan: of het nu gaat om het trainen voor bovenmenselijke sportprestaties, het herstelvermogen na operaties of de atrofie bij een passief bestaan. Of het nu om een vermeerderd of verminderd gebruik van de spier gaat. Vorm volgt functie.

Maar soms gaat het ook voor een spier te ver. Dan is de metabole of mechanische belasting zo groot of langdurend dat de spier schade op loopt. In principe kan op elk niveau schade ontstaan als gevolg van overbelasting. Van microscopisch kleine beschadigingen tot compleet afscheuren van een spier. Van enkele dagen lichte spierpijn tot een maandenlang revalidatieproces.

Spierpijn

Voor niemand onbekend en altijd vervelend: spierpijn. Spierpijn treedt bijna altijd op als er een inspanning is geleverd die je niet gewend bent. Vooral in een ongetrainde staat kan de spierpijn ernstige vormen aannemen.

De engelse term voor spierpijn is ‘delayed onset muscle soreness’ (DOMS). In die term is gelijk een ander typisch kenmerk van spierpijn beschreven: het feit dat er vaak één of twee dagen vertraging zit voordat de pijn naar voren komt. Vaak is de pijn de tweede of derde dag het sterkst en neemt daarna geleidelijk af.

Al zou je zeggen dat over een fenomeen als spierpijn ondertussen alles bekend zou moeten zijn, niets is minder waar. Nog steeds zijn de meningen over de exacte oorzaken ervan verdeeld (Lieber 2002). Dat houdt niet alleen de gemoederen bij de wetenschappers verhit, maar staat ook het vinden van de beste mogelijkheden voor het behandelen en voorkomen van de spierpijn in de weg.

Er zijn grofweg twee theorieën die het optreden van spierpijn verklaren. De eerste is een metabole theorie. Deze gaat er van uit dat bepaalde stoffen die vrijkomen bij intensieve inspanning verantwoordelijk zijn voor het optreden van een vicieuze cirkel van zuurstoftekort, pijn, verkramping, verminderde doorbloeding en daardoor weer een verergeren van het zuurstoftekort (De Morree, 2001).

De andere theorie gaat uit van beschadiging van het spierweefsel. Er ontstaan vele kleine scheurtjes in de spiervezels en het bindweefsel eromheen. De ontsteking die hier het gevolg van is veroorzaakt de zwelling en pijn.

Welke theorie de juiste is, is nog niet helemaal zeker. Waarschijnlijk spelen beide processen een rol.

Herstel van spierpijn

Alhoewel spierpijn meestal niet zo ernstig is dat sporten of normale dagelijks handelen niet meer mogelijk zijn, is de vraag of het herstel te versnellen wel belangrijk. Zeker als je in een belangrijke trainingsfase zit is elke onderbreking van je trainingsritme verloren tijd.

Bovendien duurt het werkelijke herstel van de spieren langer dan de spierpijn te voelen is. Dus ook al zal de meeste pijn na enkele dagen verdwenen zijn, volledig herstel kan tot enkele weken duren. Het is natuurlijk de vraag of je in die periode voluit zou kunnen of mogen trainen en hoeveel effect die training heeft.

Over rekken na inspanning heb ik al een en ander geschreven (zie het archief). De kans dat rekken na inspanning de spierpijn kan verminderen is erg onwaarschijnlijk. Dat is niet alleen op basis van de achterliggende theorieën. Maar ook onderzoek wijst uit dat langdurig rekken na een sportbelasting de spierpijn niet vermindert. Het kan de spierpijn zelfs erger maken.

Over andere manieren waarvan gedacht wordt dat het de mate van spierpijn kan beïnvloeden zal ik een apart artikel schrijven. Maar voor nu kan ik wel zeggen dat voor spierpijn geldt: de beste behandeling is het te voorkomen.

Spierscheur

Een spierscheur of verrekking is een ernstigere vorm van spierschade. Het is één van de meest voorkomende blessures bij sporters. Een spier kan gedeeltelijk of compleet scheuren, maar dat laatste komt veel minder vaak voor. Het verschil met ‘normale’ spierpijn is natuurlijk de mate van beschadiging. Een ander verschil is dat een spierscheur vaak acuut optreedt en direct te voelen is.

Als een spier scheurt zijn zowel het bindweefsel in de spier als de spiervezels beschadigd. De spiervezels zijn stukgetrokken en leveren geen kracht meer. Gelukkig is herstel van spierweefsel goed mogelijk. Afhankelijk van de ernst van de beschadiging kan het herstel in enkele weken tot maanden plaatsvinden.

Wat er gebeurt na het beschadigen van weefsels is vrij goed bekend. In de eerste fase na het blesseren zetten de celbeschadiging, zuurstoftekort en metabole verstoringen een proces van ontsteking in gang. Uiterlijke kenmerken daarvan zijn zwelling, roodheid, verhoogde temperatuur en functieverlies. Ontstekingscellen trekken naar het beschadigde gebied en beginnen daar de restanten van de beschadigde weefsels op te ruimen. In een spier zijn dat onder meer myosine en actine, de twee eiwitten die de bulk van een spier vormen en verantwoordelijk zijn voor contractie daarvan.

Herstel van spierbeschadiging

Rond de spiervezels liggen satellietcellen die normaalgesproken niets doen. Een soort slapende cellen. Maar bij beschadiging van de spiervezels komen deze cellen in actie: ze worden omgevormd tot nieuwe spiercellen. Dit is een soortgelijk proces als dat in de embryonale fase. Ze vullen het gat op wat ontstaan is na opruimen van het beschadigde weefsel. Daarbij gaan ze in de lengterichting van de spier liggen en versmelten ze met de omringende spierdelen.

Tegelijkertijd wordt er nieuw bindweefsel aangelegd, een soort littekenweefsel. De manier waarop dat weefsel aangelegd wordt is in eerste instantie vrij willekeurig. Als een matje van vezels die alle kanten op liggen wordt het beschadigde gedeelte ingepakt. Het is na verloop van tijd dat dit nieuwe weefsel meer richting krijgt en zich aanpast aan de manier waarop de spier gebruikt wordt.

In de eerste fase van het herstel is de aangedane spier nog erg kwetsbaar en elke belasting kan de beschadiging verergeren. Complete rust en immobilisatie is dan ook nodig in de eerste periode na ernstige spierbeschadigingen. Langdurige immobilisatie heeft echter een aantal vervelende effecten, zoals verlies van spierflexibiliteit, spierkracht en atrofie.

Aan de andere kant heeft vroege mobilisatie in het herstelproces een aantal positieve effecten, zoals het verminderen van de hoeveelheid littekenweefsel en verbeterde mechanische eigenschappen (Best et al., 1997).

Al met al is een korte periode van complete rust en immobilisatie gevolgd door een periode van gecontroleerde mobilisatie de basis voor de behandeling van spierblessures. De kunst is uit te vinden hoe lang de periodes moeten duren en in welke mate de spier weer belast kan en moet worden.

Matthijs Abeelen

Literatuur

  • Best, T.M. et al. (1997). Muscle strain injuries:biomechanical and structural studies. In: Muscle Damage. Stanley Salmons. Oxford University Press, Oxford. P145 – 167.
  • Lieber, R.L. (2002). Mechanisms of muscle Injury gleaned from animal models. Am J Phys Med Rehabil 2002; 81(suppl): S70-S79.
  • Lieber, R.L. (2002b). Skeletal muscle structure, function and plasticity. The physiological basis of rehabilitation. Second edition. Lippincott Williams & Wilkins, Baltimore.
  • Lieber R.L., 1999. Skeletal muscle is a biological example of a linear electro-active actuator. Proceedings of the SPIE 6th annual international symposium on smart structures and materials. 1999, San Diego.
  • De Morree, J.J. (2001). Dynamiek van het menselijk bindweefsel. Functie, beschadiging en herstel. Bohn Stafleu Van loghum, Houten/Diegem.

30 Reacties op Inleiding spier- en peesblessures comment

Plaats een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd.

Je mag deze HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.